Deelname aan het jaarlijkse VM congres--dit jaar in Theater Gooiland, Hilversum-- vind ik een must voor iedere verenigingsprofessional. Vooral collega's, die nog niet zo lang in het vak zijn, hebben er baat en belang bij om meer in de breedte te kijken en op sommige punten een wat diepgaander beschouwing te horen. En om, last but not least, vele collega's uit het hele land en werkzaam bij allerlei soorten verenigingen en daaraan dienstverlenende organisaties te ontmoeten en met hen uit te wisselen.
Het thema van het VM congres dit jaar was Meerwaarde voor de achterban, de leden dus, een mooi onderwerp, helemaal op zijn plaats in een economisch slechte tijd. Er hadden zich ongeveer 300 personen ingeschreven, amper minder dan vorig jaar. Dat is een mooi resultaat. Opmerkelijk is dat 40 personen niet kwamen opdagen, wat te zien was aan de niet afgehaalde badges. De organisatoren zijn aan het uitzoeken waarom 13% niet is verschenen. En zij sturen, tegelijk met de vraag naar de reden van de absentie, de usb stick met de presentaties toe. Een mooie service in het kader van klantenbinding.
Ik neem altijd graag deel aan het VM congres en maak er veel reclame voor, ook op dit weblog. Deze keer bleef een deel van het programma helaas achter bij mijn verwachtingen. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog. Het kan ook zijn dat er een zekere sleetsheid ontstaat in de congresformule, omdat het congres nu voor de vijfde keer volgens hetzelfde format werd georganiseerd. Ook het product 'VM congres' is wellicht toe aan herijking en een professionaliseringsslag.
De vier casus presentaties vanuit verenigingen vond ik helaas niet bepaald aansprekend. Ze waren degelijk maar saai. Er spatten geen vonken vanaf, er was geen passie waarneembaar, ik werd niet geraakt. Er was weinig humor, er werd amper gelachen. Ik heb niets tegen 50+ heren, maar zeker drie van de vier presentatoren behoorden tot deze categorie. De vierde heer verving zijn directeur (vr), die helaas verhinderd was wegens verblijf in het buitenland.
De laatste casus inleider was de directeur van branchevereniging Bouwend Nederland. Een groter verschil in spreekvaardigheid dan tussen hem en zijn voorzitter Brinkman is niet denkbaar. De man presteerde het om zijn presentatie mooi binnen de tijd te houden (18 minuten) en tegelijk de beleving van de mensen in de zaal zo te beinvloeden dat het leek alsof hij bijna drie kwartier aan het woord was. Zo degelijk, zo saai. Vier power point plaatjes, en verder gewoon voorlezen. Jammer!
Ook de andere drie praktijkvoordrachten waren aan de saaie kant. Teveel details, verteld zonder spirit. Het videofilmje vooraf, waarin een lid van de betreffende vereniging vertelt wat zij voor hem betekent en een stemronde over een stelling achteraf konden daar niet veel aan veranderen, hoezeer dagvoorzitter Jos Wesselink ook zijn best deed om sprekers en zaal te enthousiasmeren.
En wat ik heel erg heb gemist is de take home message, de lessen die betrokkene heeft geleerd en de aandachtspunten waarop hij vindt dat je moet letten als je zelf zoiets wilt ondernemen (bij voorbeeld een lobbytraject). Met andere woorden: het congres zou echt meerwaarde hebben geboden als elke presentator aan het eind van zijn verhaal uit zijn eigen situatie zou zijn 'opgestegen' naar het algemene niveau van leerervaringen met transferwaarde.
Het congres begon op een bijzondere manier. Wim Wolbrink van Verteltheater Werder (www.werder.nl) trad samen met muzikant Karim een half uur op bij het programmaonderdeel 'In elk goed verhaal zit een crisis'. Hij vertelde een Marokkaans verhaal getiteld De Steniging. Het verhaal is een uitdrukking van de kracht van het leven (veerkracht), de kracht van het woord en de kracht van vergeving en verzoening. Aan het slot werd ons gevraagd om slechts heel kort in kleine groepjes onze indrukken uit te wisselen over het diepste punt/waar in het verhaal is de crisis het heftigst; de weg naar beneden, naar het dieptepunt; wat maakt de weg uit het diepe dal naar boven mogelijk.
Aansluitend hield Prof.dr. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een voordracht over het onderwerp Het laatste lid en de nieuwste lichting. Het was, zoals Schnabel watchers konden voorspellen, een onderhoudend en erudiet verhaal, eloquent gebracht, buitengewoon begrijpelijk en doorspekt met milde humoristische anecdotes of gewoon leuke invallen. Maar helaas met amper aandacht voor de branchevereniging, welke als regel toch het overgrote deel van het publiek in de zaal levert. Dit laat onverlet dat ik het een interessante presentatie vond.
Nederland is, aldus spreker, anders dan andere Europese landen (in Zuid en Oost), al vele eeuwen heel erg een verenigingsland. Verenigingen kunnen de overheid veel last geven. Het gaat immers om burgers die zich organiseren omdat zij hetzij iets wel hetzij juist niet willen. Schnabel gaf een brede historisch sociologische schets van ons verenigingsland. Hij onderscheidde diverse typen verenigingen en wees op de vele mengvormen die nu voorkomen om mensen te werven en te binden.
Hij besloot zijn voordracht met de onverwachte en prikkelende vraag of de stichting de vereniging van de toekomst is. Een stichting kent immers geen leden maar wel betrokkenheid (donateurs). Zij heeft andere consequenties, kent andere structuren en is in essentie minder democratisch. Maar misschien werkt zij wel efficienter en is zij ook effectiever! Ik vond het een intrigerende uitsmijter.
De laatste presentatie, na twee pauzes en vier casus voordrachten, werd gegeven door trendwatcher Hilde Roothart (www.trendslator.nl), de enige vrouwelijke spreker. Zij gaf een overzichtelijke presentatie met veel plaatjes en enkele filmpjes. Het was een welkome afwisseling ten opzichte van de casus presentaties, met name de voordracht van Bouwend Nederland, die er vlak voor zat. Roothart onderzoekt, selecteert en vertaalt trends.
Per trend maakte zij steeds een onderscheid tussen aan de ene kant maatschappelijke trend/inzicht en maatschappelijke waarden/behoeften en aan de andere kant consumententrend/inzicht en consumentenwaarden/behoeften. Haar verhaal spitste zij uiteindelijk toe op vier trendslations, die voor verenigingen van belang zijn, op deze manier:
- verantwoordelijkheid en zingeving: kans voor vereniging is eerlijk.
- verbondenheid en opstandigheid: kans voor vereniging is verbonden.
- authenticiteit en herkenbaarheid: kans voor vereniging is lokaal.
- veiligheid en betrouwbaarheid: kans voor vereniging is transparant.
De systematiek is mooi, maar er zullen wel wat brainstorms en workshops voor nodig zijn om deze kansen handen en voeten te geven.
Los van de inhoud vond ik opmerkelijk dat zij een aantal keren sprak over Lessen voor de toekomst terwijl zij dan meteen erna zei dat de toekomst al lang begonnen is. Deze paradox had zij wat scherper mogen uitwerken. Daarnaast viel mij op hoe vaak ze het kennelijk nodig vond om bij een bepaald onderwerp te melden dat zij ten aanzien daarvan van mening verschilde met Paul. Deze informatie vond ik nou volstrekt oninteressant en gratuit en, Schnabel watcher sinds lange tijd, ook niet direct een aanbeveling voor haar. Verschillen van mening horen erbij maar zonder onderbouwing valt er weinig van te leren.
Terug naar de opzet van het congres: mijn favoriete vorm is maximaal 2 plenaire sessies, bij voorkeur een aan het begin en een aan het eind. En tussendoor parallelle workshops van minstens drie kwartier, waarvan iedere deelnemer er minstens twee kan bijwonen. Daarin zouden/hadden bij voorbeeld zowel de uitsmijter van Schnabel als de vier kansen van Roothart uitgewerkt kunnen worden. Natuurlijk zijn er ook vele andere onderwerpen die daar behandeld zouden kunnen worden. In elk geval kunnen op die manier kansen voor zowel meer diepgang als voor meer interactiviteit worden geboden.
Amusant vond ik het nogal forse microfoontje dat de sprekers voor hun mond droegen. Vanaf mijn plaats in de zaal leek het telkens weer alsof de spreker een grote wrat had tussen neus en mond. Het ding was er zo prominent dat ik er niet niet op die manier naar kon kijken.
Afsluitend, ik heb van een aantal programma onderdelen van het congres genoten; ik heb weer vele collega's gesproken en me tegoed gedaan aan het fantastische buffet. En thuis lees ik op mijn gemak nog eens de presentaties door, die staan op de usb stick die ik bij inlevering van mijn badge mee kreeg.
Het 6de VM congres staat al in mijn agenda: donderdag 18 november 2010, waarschijnlijk in de Nieuwe Kerk te Den Haag. Noteer die datum!
Theo Jonkergouw, verenigingscoach
Gerelateerde artikelen op dit weblog:
104. Vereniging en congres (1). Je congres is je visitekaartje, maar voor wie eigenlijk?
100. Vereniging en beroep: de beroepsvereniging (11). Houd beweging in je organisatie en verbind je activiteiten aan feiten in de buitenwereld (connectie aan context)
96. Vereniging en beroep: de beroepsvereniging (10). Veel aandacht voor innovatie in het ASAE congresprogramma, Toronto, 15 - 18 augustus 2009
93. Vereniging en beroep: de beroepsvereniging (7). In gesprek met enkele Canadese
beroepsverenigingen
56. Congresseren in de Bush-2008. Niet samenwerken bestaat niet.
49. Congresseren in San Diego (1). Hoe doen de Amerikanen het?
41. Congresseren in de Bush--2007. Impressie van het 3de Verenigings Management Congres. En hoe nu verder met de '7 Measures'?
Abonneren op dit blog kan via de opties rechts bovenaan de pagina. U bent van harte welkom.
Laatste reacties