Hoeveel beroepsverenigingen zijn er eigenlijk in ons land? Eerder schreef ik, op basis van informatie uit betrouwbare bron, dat ons land bijna 700 beroepsverenigingen kent, in omvang varierend van heel erg klein tot zeer groot. Nader onderzoek heeft me geleerd dat het aantal beroepsorganisaties bijna 2.100 bedraagt.
De SBI code in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is 9412. De code staat voor vijf aanduidingen: beroepsfederaties, beroepsorganisaties, beroepsverenigingen, federaties van beroepsverenigingen, verenigingen van vrije beroepsbeoefenaren. Ter vergelijking geef ik nog een paar cijfers: ons land telt bijna 6.700 bedrijfs- en werkgeversorganisaties (SBI code 9411) en ruim 350 werknemersorganisaties (SBI code 9420).
Vrijwel wekelijks worden nieuwe beroepsverenigingen opgericht, op initiatief van beoefenaren van een relatief nieuw beroep of omdat een aantal mensen zich, uit ontevredenheid, afsplitst van hun beroepsvereniging en zelf een nieuwe vereniging opricht. Soms houden beroepsverenigingen op te bestaan, bij voorbeeld als gevolg van fusie.
Al deze veranderingen in de wereld van de beroepsverenigingen zijn gevolg van de toegenomen dynamiek op de arbeidsmarkt, de invloed van regelgeving en het functioneren van de beroepen en hun verenigingen in die dynamiek en soms hectiek.
In het voorjaar van 2009 zijn Dinie Naezer-Heerschop en ik het Platform Beroepsverenigingen begonnen. Zichtbare uitingen zijn tot nog toe een LinkedIn groep, een eerste bijeenkomst op 23 juni 2009, een tweede op 27 oktober 2009 over toekomstscenario's (helaas afgelast wegens onvoldoende aanmelding) en een derde, zeer geslaagde, op 16 februari 2010 over fusies in Verenigingsland.
Op dit weblog heb ik in diverse artikelen aandacht aan deze bijeenkomsten besteed. Dat geldt ook voor het verschijnsel beroepsvereniging als zodanig en de verschillen tussen dit type vereniging en andere verenigingstypen zoals de branchevereniging. Aan deze onderwerpen zal ik aandacht blijven geven.
Inmiddels zijn Dinie en ik, daartoe uitgenodigd, in gesprek met het nieuwe bestuur van de VPN, de beroepsvereniging van en voor verenigingsprofessionals. Algemeen doel van het gesprek is meer eenheid en structuur te brengen in de organisatie van verenigingsprofessionals en -managers in ons land. Wij zijn daar, met het bestuur, voorstander van. We vinden dat de VPN daarin een leidende rol moet spelen. Ik verwijs hier naar een pleidooi van deze strekking in onze Open Brief aan de VPN in het magazine VM (juni 2008, pagina 73).
Een meer bijzonder doel van ons overleg met het VPN bestuur is het Platform minder persoonsafhankelijk te maken. Wij willen het bij voorkeur organisatorisch verankeren in de VPN organisatie, de onzes inziens daarvoor als vanzelfsprekend in aanmerking komende partij, waarbij de betreffende werkzaamheden worden uitgevoerd door het ondersteunende secretariaat of een andere dienstverlener. Dinie en ik blijven inhoudelijk betrokken bij het Platform, als leden van de (nog te formeren) programmacommissie, die elk jaar een aantal interessante bijeenkomsten organiseert.
Wij zijn blij met deze voor het Platform grote stap voorwaarts. Het is onze bedoeling en onze wens dat de bijna 2100 beroepsverenigingen in ons land, juist ook de kleine zonder noemenswaardig personeel, via het Platform minstens enkele graantjes kunnen meepikken van het professionaliseringsaanbod dat het Platform via de VPN zal doen.
Het CBS onderscheidt de bevolking (15 - 65 jaar) in beroeps- en niet - beroepsbevolking. De beroepsbevolking wordt onderscheiden in werkloos en werkzaam. Het beroepsniveau telt vijf geledingen: elementaire beroepen, lagere beroepen, middelbare beroepen, hogere beroepen en wetenschappelijke beroepen.
Het zou interessant zijn na te gaan hoe de verdeling van de bijna 2100 beroepsverenigingen over deze vijf niveaus is. Ik neem aan dat we deze verenigingen vooral aantreffen bij de laatste drie categorieen. En ik weet dat ook verenigingen van beroepsbeoefenaren op hoog niveau vaak heel elementair bezig zijn als het gaat om hun beroepsvereniging.
Verenigingswerk is namelijk een heel ander vak dan dat waarmee de beroepsbeoefenaar haar of zijn boterham verdient! Dus hoop ik dat het Platform erin slaagt om, via de VPN, lange tijd toegevoegde waarde te leveren aan alle beroepsverenigingen, van welk opleidingsniveau haar beoefenaren ook mogen zijn.
Theo Jonkergouw, Platform Beroepsverenigingen/Praktijk voor Goed Verenigingsbestuur
Gerelateerde artikelen op dit weblog: zie de artikelnummers (met volgnummers) 101 (12), 100 (11), 96 (10), 95 (9), 94 (8), 93(7), 92 (6), 89 (5), 86 (4), 84 (3), 83 (2) en 82 (1). Het eerste artikel (1) gaat over de functies van de beroepsvereniging. Daarop volgende artikelen gaan over verschillen tusasen beroeps- en branchevereniging. Latere artikelen gaan over beroepsverenigingen (USA) wier congressen ik bijwoonde (ASAE, ACR, APA) en over het Platform Beroepsverenigingen.
Laatste reacties