Op 10 mei wordt Jaap Smit (53), als enige kandidaat, de nieuwe voorzitter van het CNV (opgericht in 1909; 335.000 leden). Ik vind dit een moedige stap, zowel van de federatie als van Smit. Immers, Smit komt van buiten en heeft totaal geen vakbondservaring. Dat gold ook voor zijn voorganger Rene Paas, een Groningse CDA wethouder. Paas werd in 2005 voorzitter, zonder polderervaring. Hij dacht die wel snel in te halen. Na vier jaar (43) stapte hij op, hij gaf aan dat hij het lastig vond om als buitenstaander een vakbond te leiden. Na zijn vertrek van het CNV werd hij voorzitter van Divosa, de vereniging van directeuren van sociale diensten.
Smit is natuurlijk een andere persoon, met een andere gevarieerde achtergrond, ook beroepsmatig. Hij was dominee, consultant bij onder meer KPMG en directeur van Slachtofferhulp Nederland. Deze job heeft hij, naar verluidt, heel goed gedaan. Daarnaast was hij onder meer een tijd voorzitter van de Raad van Toezicht van De Rode Hoed. Mensen die hem kennen zeggen dat hij uitermate geschikt is als boegbeeld van het CNV. Overigens heeft hij ook al kenbaar gemaakt Haagse politieke ambities te hebben!
Bij de FNV zou zo'n voorzitterskandidaat (nog) absoluut niet mogelijk zijn. De cultuur is daar anders, strijdbaarder, minder gericht op harmonie en verzoening, meer op conflict en strijd. Waarschijnlijk zouden er, binnen het veel grotere FNV, diverse interne kandidaten voor het voorzitterschap zijn. Bij het CNV was er geen een. Bert van Boggelen, waarnemend voorzitter sinds het vertrek van Paas, had er tenminste geen zin in. Hij weet hoe moeilijk het is om tien autonome bonden, alle met eigen ideeen en belangen, aan te sturen. Als je voorzitter van de federatie bent moet je constant onderhandelen om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Het is een ingewikkeld spel dat vraagt om goed leiderschap. Bij gebrek aan interne kandidaten ging men dus op zoek naar kandidaten buiten de deur. En vond Jaap Smit.
Van Boggelen had niet alleen geen zin in het voorzitterschap, hij gaat bovendien na elf jaar weg bij het CNV; hij staat op de 14de plaats van de kieslijst van Groen Links. Smit heeft er wel zin in. Hij zegt gewoon in het diepe te springen en om die sprong iets makkelijker te kunnen maken heeft hij in zijn sollicitatie strategisch iets heel handigs gedaan. Hij bracht een belangrijke voorwaarde in.
Hij stelde 'de heren aan tafel' de fundamentele vraag: zitten hier autonome bondsvoorzitters of zit hier een club die gezamenlijk wil werken aan een sterk CNV? Hij zei vervolgens: ik kom hier alleen als u allen voor de tweede optie kiest. Dat deden ze, gelukkig!' Ik ben natuurlijk heel erg benieuwd of de heren hun verbale instemming ook in praktijk zullen brengen. In vakbondsland zou dat een godswonder zijn. Mogelijk heeft Smit als theoloog een hotline met het Opperwezen, misschien zelfs wel, wegens goed gedrag, tegen lokaal tarief! Die verbinding kan hij wel eens meer dan hem lief is nodig hebben.
De vakbeweging is in de loop van haar geschiedenis--globaal sedert 1900--voor vele van haar bestuurders een springplank geweest naar een respectabele positie elders in de samenleving. Ik heb dit kunnen vaststellen in mijn proefschrift Vakbondsleiders in Nederland. Van vijand en indringer tot bondgenoot en steunpilaar (1982). De handelsuitgave heeft als titel 'Strategie en leiding van de vakbeweging in Nederland (1983).
In mijn studie bracht ik over de periode 1906 - 1979 de loopbanen van alle bestuurders van de toen bestaande drie vakcentrales in kaart. Ik relateerde de ontwikkeling in deze loopbanen aan de fase van professionalisering waarin de vakcentrale zich bevond. Deze hield op haar beurt weer verband met de mate waarin de vakbeweging deel ging uitmaken van de heersende maatschappelijke orde. Hoe meer zij maatschappelijk geintegreerd raakte, hoe meer haar bestuurders de vakbeweging voor hun pensioenleeftijd verlieten en hun loopbaan elders (vooral in de politiek en in aan de verzorgingsstaat gelieerde ambtelijke organisaties) voortzetten, overigens nog niet in het bedrijfsleven. De overstap daarheen kwam pas later, bij voorbeeld toen CNV voorzitter Jan Lanser na zijn pensionering een aantal commissariaten 'verzamelde'.
Lange tijd was er veel kritiek op dergelijke overstappen. Hoe meer richting bedrijfsleven, hoe zwaarder de beschuldiging van klasseverraad, vooral in de kring van het NVV, een van de voorlopers van de FNV. Ik vind het een teken van voortgaande integratie van de vakbeweging in de maatschappij, dat nu ook mensen van buiten worden aangetrokken om de hoogste positie te bekleden. Natuurlijk, Paas en Smit behoren allebei tot de christelijke 'zuil', maar dit laat onverlet dat het nooit voorkwam dat op dit niveau iemand werd benoemd die niet voortkwam uit de eigen gelederen, hetzij 'de rank and file', hetzij het kantoorapparaat. Hier kwamen immers geleidelijk aan steeds meer hoger opgeleiden te werken; deze waren nodig om de vakbeweging te kunnen laten meedraaien in de omvangrijke overlegmachines van Nederland Polderland.
Dus, als Smit aangeeft politieke ambities te hebben, dan is daar niets mis mee. In tegendeel. Laat hem een fantastisch boegbeeld zijn voor het CNV. Laat hem zich ontplooien en bijdragen tot groei en bloei van de centrale. Mobiliteit is een groot goed. Vier jaar hard en effectief werken kan heel wat opleveren. Teveel verenigingen hebben te lijden (gehad) van voorzitters met zetelzucht, met grote hoeveelheden bisonkit aan hun broek.
Opvolging van de belangrijkste 'man' leidt vaak tot gedonder. Dit is het CNV bespaard gebleven want het had geen interne kandidaat, laat staan kandidaten. Bij de FNV zou dat zeker anders zijn. Daar zou een echte opvolgingsstrijd ontbranden, dat is daar al eens vertoond. Ook niets mis mee. Democratie gedijt bij pluralisme en concurrentie. Dat geldt ook voor de politiek. De overdracht van het leiderschap binnen de PvdA van Bos naar Cohen is in die partij en in vele partijen, ook in het buitenland, ongekend. Lees het boek van Ed van Thijn 'Kroonprinsenleed' (2008). En niet te vergeten de opvolging van Blair door Brown bij de Britse Labour partij.
Opvolging in de top van het 'grote' bedrijfsleven, een 'leiderschapswissel', kent een geheel eigen dynamiek, vooral als er enkele kroonprinsen zijn. Het gaat immers om 'mensen met een sterk karakter en een geheel eigen stijl', aldus KPN President-commissaris Risseeuw onlangs. Bij KPN wordt Scheepbouwer volgend jaar opgevolgd (nu nog twee van de vier kroonprinsen over). We zien het ook bij Philips, waar begin volgend jaar Kleisterlee zal worden opgevolgd en onlangs bestuurslid Ragnetti opstapte, hoogstwaarschijnlijk omdat hij niet de opvolger zal zijn.
Stel dat deze bedrijven een of meer interne kroonprinsen hebben, wie zegt dan dat ze uiteindelijk niet toch een persoon van buiten zullen benoemen? De Raad van Commissarissen van Philips heeft al gesprekken gevoerd met externen! Waarom ook niet? En het was Scheepbouwer, die in 2001 als buitenstaander aantrad bij het voormalige staatsbedrijf KPN, en die het in betrekkelijk korte tijd, weliswaar met harde hand, wegvoerde van de rand van de afgrond en omvormde tot een bloeiend bedrijf.
Dus wens ik het CNV alle goeds met haar nieuwe voorzitter van buiten Jaap Smit.
Theo Jonkergouw, verenigingscoach.
6 mei 2010.
Gerelateerde artikelen op dit weblog:
64. Zitvlees, 18 december 2008.
46. Van welkom tot bonjour: de gaande en de komende man/vrouw aan de top, 17 maart 2008.
19. Op zoek naar een nieuwe voorzitter, 4 mei 2007.
12. Voorzitter gezocht, 10 januari 2007.
11. Requiem voor de grote kale leider, 29 december 2006.
8. Van passant tot partner, 16 december 2006.

Laatste reacties