Atlanta, de snel groeiende hoofdstad van de Amerikaanse staat Georgia, met het drukste vliegveld ter wereld, is een prima context voor het 9de congres van de beroepsvereniging ACR, de American Society for Conflict Resolution, dat daar vorige week plaats vond.
Ik vind context een belangrijk onderwerp voor een beroepsvereniging, omdat zij haar missie en activiteiten (i.c. congres en de te bespreken thema's) daaraan kan relateren. Dat kan helpen om de aandacht te trekken van de eigen aanhang, het publiek en de pers. Ik vind dat de ACR hier kansen heeft laten liggen. Daarom geef ik eerst mijn visie op de context, die mijns inziens relevant is voor een beroepsgroep, die haar bestaansgrond heeft in het oplossen van conflicten op andere wijze dan door juridische procedures of gebruik van geweld.
De m.i. relevante Atlanta context bestaat voor mij uit tenminste 2 belangrijke figuren en hun maatschappelijke en politieke nalatenschap. Ik doel hier op Martin Luther King Jr. ('I have a dream'), voorman van de beweging voor gelijkberechtiging van Afro-Amerikanen, en op oud-president Jimmy Carter (geen tweede termijn, hij verloor helaas van Reagan). Beiden zijn Georgia prominenten, aan wie Atlanta aardig wat aandacht besteedt.
Voorafgaande aan het congres van de ACR--een van de clubs waar ik lid van ben, permanente educatie duurt immers een leerleven lang!--bezocht ik de met hen verbonden en aan hen gewijde locaties. Voor King is dat de in 1980 gevestige National Historic Site. Deze omvat het bezoekerscentrum, de historische Ebenezer Baptisten Kerk, Het King Centrum (zijn tombe en de Freedom Hall), zijn geboortehuis en Firestation no. 6: een museum dat de geschiedenis vertelt van de desegregatie van Atlanta's brandweer.
Martin Luther King jr. is van onvoorstelbaar grote betekenis geweest voor de burgerrechtenbeweging van de Afro-Amerikanen. Terecht heeft hij (in 1964) voor zijn werk de Nobel Prijs voor de Vrede ontvangen, net als trouwens Obama nu. Obama had m.i. zijn hoge bestaan nooit kunnen verwerven zonder de inzet en resultaten van deze grote vrijheidsstrijder en zijn beweging.
King werd geboren op 15 januari 1929 en vermoord op 4 april 1968, op het balkon van zijn motel in Memphis. Toen John Kennedy een aantal jaren eerder werd vermoord (Dallas), zei King al dat hem dat ook zou gebeuren. En toch ging hij door met zijn werk. Hij was een man met een missie en een man met een beweging. Overigens werd zijn moeder in juni 1974 doodgeschoten, toen zij op zondagochtend het orgel bespeelde in de Ebenezer kerk.
Ik heb diverse uren doorgebracht in het King museum, veel foto's en filmfragmenten gezien. Ik was er zeer van onder de indruk. Ik was al eerder getriggerd door de aandacht voor zijn boodschap (prachtige, kernachtige quotes) in diverse Amerikaanse steden waar ik de laatste paar jaar ben geweest, zoals San Francisco (in het museumkwartier) en San Diego (tegenover het Convention Center). King is terecht een nationale held van werelbetekenis geweest. En dat is hij nog steeds.
Terecht is zijn geboortedag, op ongebruikelijk snelle wijze (1980), via wet tot een van Amerika's 'patriotic holidays' geworden; zij het dat president Reagan de wet niet met erg veel enthousiasme tekende. Voor de beweging was de snel verworven status van nationale feestdag echter van groot belang, omdat het daardoor moeilijker werd voor rechts om recente civil rights verworvenheden terug te draaien. Deze feestdag herinnert iedereen eraan, dat 'the march for justice remains incomplete' (Patriotism in America, 1997, pagina 128).
De civil rights movement van King c.s. (niet te vergeten Rosa Parks, die de Montgommery Bus Boycot in gang zette) heeft altijd mijn grote belangstelling gehad, niet alleen vanwege het doel maar zeker ook vanwege de gehanteerde middelen: geweldloze weerbaarheid. King was dan ook zeer geinspireerd oor Mahatma Ghandi, die India langs deze weg naar onafhankelijkheid had geleid.
Wie een gevoel wil krijgen voor de achtergronden van de Negro Revolution in 1963 leze King's 'Why we can't wait' (1963, vele malen herdrukt). Terug naar de plek die ik bezocht: met recht wordt daar ook veel aandacht besteed aan zijn echtgenote Coretta Scott King, de 'First Lady of the Modern Day Civil Rights Movement'. Tot haar dood begin februari 2006 heeft zij de boodschap van de beweging met verve uitgedragen.
En dan is er president Jimmy Carter, de 'pindaboer' uit Georgia. Ook Carter ontving de Nobel Prijs voor de Vrede (2002), met name voor zijn werk in het Midden-Oosten. Onder zijn begeleiding werd inmiddels alweer enkele tientallen jaren geleden een vredesverdrag gesloten tussen Egypte en Israel, dat tot op de dag van vandaag heeft stand gehouden. Ik heb zijn Presidential Library & Museum bezocht. Ook dit is een indrukwekkende locatie: alles modern en tot in de puntjes verzorgd, gebruik makend van hedendaagse communicatie- en presentatietechnologhie.
Er is veel te zien en te leren over het Amerikaanse politieke systeem, over geschiedenis en beleid van de Amerikaanse regering in het algemeen en over de periode Carter in het bijzonder. Er is veel en prachtig gedocumenteerde informatie over leven en werk van zijn echtgenote Rosalynn, die zeker zo indrukwekkend is als haar man. Beiden zijn overigens nog steeds wereldwijd actief op het terrein van ontwikkelingssamenwerking (i.h.b. de bestrijding van ziekten, rivierblindheid) en vredesinitiatieven. Voor meer informatie www.jimmycarterlibrary.gov. Zie ook Facebook (Jimmy Carter Presidential Library) en Twitter (Carter Library).
Ik wil ter aanvulling nog een derde zeer bijzondere persoon noemen: Margaret (Peggy) Mitchell, op 8 november 1900 geboren in Atlanta en wereld beroemd geworden door haar boek Gone With the Wind (1935), waarvoor zij in 1937 de prestigieuze Pulitzer Prize ontving. Het werd verfilmd door David Selznick. De film ging eind 1939 in premiere en kreeg 10 Oscars. Het is een boek over survival, waarom overleeft de een niet en de ander wel verschrikkelijke gebeurtenissen. Deze overlevingskwaliteit noemt zij 'gumption'.
Voordat Margaret dit boek schreef was zij actief en zeer productief als journaliste (onder eigen naam!, zij was tweemaal gehuwd) voor de Atlanta Journal (Sunday Magazine), een zeer bijzondere prestatie, gegeven het ook t.a.v. vrouwen in de twintiger jaren sterke conservatisme in het Zuiden van de VS. Zij overleed op 16 augustus 1949 na te zijn aangereden door een taxi, terwijl zij met haar man de straat over stak om samen de film Canterbury Tales te gaan zien.
Ik noem Margaret als derde belangrijke persoon omdat zij al vanaf haar 19de als enige blanke actief was in de Afro-Amerikaanse gemeenschap van Atlanta. Daar was heel veel moed voor nodig. Na het succes van haar boek heeft zij buitengewoon veel liefdadigheidswerk gedaan, ook in de gezondheidszorg voor deze bevolkingsgroep. Helaas heeft zij de strijd en de successen van de Civil Rights Movement niet mogen meemaken.
Atlanta heeft een vrouwelijke burgemeester van Afro-Amerikaanse afkomst, Shirley Franklin. In 2010/2011 wordt, op een prachtige en centrale plaats in de stad, het Center for Civil & Human Rights Museum geopend. Atlanta kan nu met recht goede sier maken met de historie van een zware strijd, die vooral in het Zuiden van de VS is gestreden en die natuurlijk in het leven van alledag voor vele mensen nog niet af is.
En nu kom ik terug op mijn stelling over het belang voor een beroepsvereniging om alert te zijn op mogelijkheden voor connectie aan context. Ik vind het nogal vreemd dat in de plenaire sessies van het ACR congres vorige week helemaal geen melding werd gemaakt van King, Carter of het nieuwe museum.
Dat gold ook aan het feestelijke eind van het congres, zaterdagmiddag, toen de ACR Peacemaking Award werd uitgereikt aan Ambassador John W. McDonald. Er werd zelfs door niemand--noch de terugtredende voorzitter, noch zijn opvolger, noch de ambassador--melding gemaakt van het feit dat zojuist bekend was geworden dat aan Obama de Nobel Prijs voor de Vrede was toegekend! McDonald sloot zijn toespraak af met de krachtige tekst 'It is possible to make the impossible happen'! Daar had hij zelf drie fraaie voorbeelden van gegeven. En Obama's loopbaan en de Prijs zijn daar in zekere zin ook voorbeelden van.
Ik realiseerde me pas na het congres wat ik had gemist: de connectie met belangrijke feiten in de omgeving. Misschien heeft het te maken met politieke correctheid. Ik vind dat professionaliteit zich daardoor niet zou mogen laten belemmeren. Misschien heeft het bestuur van de ACR er gewoon niet aan gedacht. Ik heb ook geen media activiteit gezien in de zin van persberichten bij voorbeeld. Dat doet de ASAE, de Amerikaanse vereniging van verenigingsdirecteuren en andere verenigingsprofessionals, toch echt wel beter!
Maar het is niet helemaal redelijk om de ACR te vergelijken met de ASAE. De ACR bestaat nog niet zo lang, zij is het product van fusie van een zevental verenigingen. Het ledental is 5000. Op het bureau werken 8 personen. Heel veel werk gebeurt door vrijwilligers. Maar er moet toch iemand/een commissie zijn, die aandacht heeft voor kansen in de buitenwereld! Ik ga mijn kijk op de zaak voorleggen aan de ACR. Wie weet heb ik het helemaal bij het verkeerde eind of heb ik slecht gekeken of geluisterd. Maar ik was zeker niet de enige die connectie met context miste.
Een organisatie, waar (nog steeds) beweging in zit, let heel goed op kansen in de buitenwereld om bij aan te sluiten. Als het even kan creeert zij zelfs dergelijke kansen. Het zijn even zovele mogelijkheden voor free publicity en natuurlijk voor communicatie met doelgroepen, die relevant zijn voor de beroepsgroep.
Nogal wat beroeps- en ook andere verenigingen zijn in de loop der jaren lange tijd bezig met de eigen navel, dus te zeer op zichzelf en naar binnen gericht. Dat kan nodig en nuttig zijn, maar dient bij voorkeur kort en goed te gebeuren, zonder de blik naar buiten te verwaarlozen. Over de ACR en haar congres schrijf ik binnenkort.
Theo Jonkergouw, verenigingscoach
Atlanta, Georgia
Laatste reacties